Erasmus Innovatie Monitor

Resultaten

R&D investeringen voldoende voor een toppositie?

Het Nederlandse Innovatiedebat is tot dusverre voornamelijk beperkt gebleven tot technologisch gerelateerde macrovariabelen, zoals het lage percentage investeringen in private R&D of het lage percentage betawetenschappers. Een van de redenen voor dit lage percentage private R&D investeringen is de natuurlijke trend in Europa om bestaande, overlappende R&D activiteiten te rationaliseren met het oog op efficiencydoelstellingen in het nieuwe geïntegreerde Europa. De netto effecten van deze migratie van R&D activiteiten voor Nederland is nog niet duidelijk. Naast het signaleren van de zwakheden in technologische innovatie, wordt het Nederlandse Innovatie Debat gedomineerd door discussies over het selecteren van de meest belovende technologieen voor de toekomst. De centrale gedachte is dat wanneer een klein land wil innoveren het alleen in een paar kerntechnologieen zou moeten investeren, zoals nanotechnologie of biotechnologie.

De Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2005 heeft de relatieve belangrijkheid van investeringen in R&D (technologische innovatie) en management, organisatie, en arbeid (sociale innovatie) voor het innovatiesucces van het Nederlandse bedrijfsleven in kaart gebracht. Uit de analyse, die is uitgevoerd met de organisaties binnen industriele sectoren, komt naar voren dat technologische innovatie, veelal aangespoord door R&D en ICT investeringen, 25 procent van het uiteindelijke innovatiesucces bepaalt. Daartegenover staat dat sociale innovatie, bestaande uit management, organisatie en arbeidaspecten, 75 procent van het uiteindelijke innovatiesucces bepaalt.

© Copyright 2006-2010 RSM Vakgroep Strategie

Deze pagina is terug te vinden op: www.erasmusinnovatiemonitor.nl/onderzoek/bevindingen_2005