Samenvatting
- Innovatie leidt tot beduidend hogere resultaten
Innovatieve organisaties behalen meer dan een 25% hogere rentabiliteit, een 20% hogere omzetgroei en een 10% hogere winstgroei dan niet-innovatieve organisaties.
- Sociale innovatie veel belangrijker dan R&D
25 % van het innovatiesucces binnen Nederlandse organisaties wordt bepaald door R&D investeringen, 75 % door slim managen en innovatief organiseren
- Innovatie loont. Maar het is maar de helft
Niet alleen innoveren. Niet zonder meer focussen op efficiency. Maar beide. Dit is de moeilijkste uitdaging voor het hedendaagse management.Organisaties die innovatie en efficiency weten te verenigen binnen verschillende organisatieonderdelen behalen de beste financiele resultaten
- Zelforganisatie en crossfunctionele teams zorgen voor creativiteit
Hechte sociale netwerken tussen medewerkers en het opereren in gedecentraliseerde crossfunctionele teams scheppen ruimte, ambitie en enthousiasme
- Visionair management team van doorslaggevend belang
Het management team van organisaties speelt een cruciale rol voor het innovatiesucces. Niet alleen door het uitdragen van een heldere en uitdagende visie, maar ook voor de stimulering van interne samenwerking en kennisuitwisseling.
- Talentontwikkeling en teambeloning leiden tot extra inzet, kennisuitwisseling en realisatie van gezamenlijke doestellingen
Arbeidsverhoudingen moeten gericht zijn op continue talentontwikkeling, teamwork, en beloning op basis van teamprestaties om innovatieprocessen te versnellen.
- Zonder samenwerking met klanten, leveranciers en kennisinstellingen geen sterkte
De meest innovatieve organisaties kennen hun sterke en zwakke punten. Sterke punten worden gekoesterd, zwakke punten worden aangevuld door samenwerking met andere ondernemingen en kennisinstellingen
- Overheidsbeleid speelt een indirecte rol
De overheid speelt geen directe rol bij het verhogen van de innovatiekracht. Overheid kan wel indirect de succesfactoren uit het onderzoek beïnvloeden (samenwerking tussen bedrijven, samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen)
Bron: Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2005